Samenwerkingsorgaan voor professionele medezeggenschap

MNO Statuten

MNO Statuten

Statuten van de stichting: Stichting MultiNationale

Ondernemingsraden, gevestigd te Oegstgeest, na statutenwijziging op

16 juni 2025.

 

NAAM EN ZETEL

Artikel 1.

  1. De stichting draagt de naam: Stichting MultiNationale Ondernemingsraden.
  2. Zij heeft haar zetel te Oegstgeest.

 

DOEL

Artikel 2.

De stichting heeft ten doel het bevorderen van een professionele medezeggenschap

bij de aangesloten (centrale) ondernemingsraden van multinationale ondernemingen

en voorts het verrichten van al hetgeen met het vorenstaande verband houdt of

daartoe bevorderlijk kan zijn, alles in de meest ruime zin van het woord.

 

Artikel 3.

De stichting tracht haar doel te bereiken – als samenwerkingsorgaan en als

kenniscentrum – door onder meer:

  1. het verstrekken van informatie aan de aangesloten (centrale) ondernemingsraden;
  2. het doen, respectievelijk laten doen, van onderzoek naar ontwikkelingen, waar de aangesloten (centrale) ondernemingsraden mee worden geconfronteerd in het kader van het goed functioneren van de onderneming in al haar doelstellingen;
  3. het, gevraagd dan wel ongevraagd, geven van advies aan werkgevers- en werknemersorganisaties en andere organisaties die zich (tijdelijk) bezighouden met vraagstukken, die raakvlakken hebben met de medezeggenschap;
  4. het verstrekken van informatie dan wel het geven van gevraagd dan wel ongevraagd advies aan overheidsinstellingen.

 

VERMOGEN

Artikel 4.

Het vermogen van de stichting zal worden gevormd door:

  1. inkomsten uit door de stichting georganiseerde activiteiten;
  2. schenkingen, erfstellingen en legaten;
  3. subsidies en donaties;
  4. contributies;
  5. alle andere verkrijgingen en baten.

 

BESTUUR

Artikel 5.

  1. Het bestuur van de stichting bestaat uit tenminste vijf en ten hoogste negen leden. Het bestuur stelt binnen voormelde grenzen het aantal bestuurders vast.
  2. Bestuursleden worden benoemd door het bestuur en wel voor een periode van maximaal drie (3) jaar. Een door het verstrijken van deze termijn aftredend lid is terstond en opnieuw benoembaar. Herbenoeming betekent niet zonder meer herbenoeming in de functie, die de betrokkene voor zijn aftreden in het bestuur vervulde.
  3. Het bestuur stelt een rooster van aftreden op. Dit rooster wordt gepubliceerd in het reglement.
  4. Bij het ontstaan van een vacature in het bestuur zullen de zittende bestuursleden (of zal het enige overblijvende bestuurslid) binnen twee maanden na het ontstaan van de vacature daarin voorzien door benoeming van een opvolger of nieuw bestuurslid.
  5. De bestuursleden genieten geen beloning voor hun werkzaamheden. Zij hebben wel recht op vergoeding van de door hen in de uitoefening van hun functie gemaakte kosten.
  6. Behoudens de beperkingen volgens de statuten is het bestuur belast met het besturen van de stichting. Bij de vervulling van hun taak richten de bestuursleden zich naar het belang van de stichting en de daarmee verbonden organisatie.
  7. Bij belet van een of meer bestuursleden nemen de overblijvende bestuursleden of neemt het overblijvende bestuurslid tijdelijk de volledige taken van het bestuur waar. Onder belet wordt in deze statuten in ieder geval de situatie verstaan dat een bestuurslid zijn functie (tijdelijk) niet kan of mag uitoefenen door schorsing, vermissing of ziekte. Bij belet van alle bestuursleden is de persoon die het bestuur daartoe aanwijst of heeft aangewezen tijdelijk met het bestuur van de stichting belast. Deze persoon neemt zo spoedig mogelijk maatregelen om definitief in het bestuur te voorzien.
  8. Bij ontstentenis van een of meer bestuursleden nemen de overblijvende bestuursleden of neemt het overblijvende bestuurslid tijdelijk de volledige taken van het bestuur waar, onverminderd de gehoudenheid van het benoemende orgaan om in geval van ontstentenis zo spoedig mogelijk in vacatures te voorzien. Er is ontstentenis van een bestuurslid als deze is teruggetreden, is ontslagen of overleden, ten gevolge waarvan er een vacature is in het bestuur. Bij ontstentenis van alle bestuursleden is de persoon die het bestuur daartoe aanwijst (bij voorkeur een oud-bestuurslid) of heeft aangewezen tijdelijk met het besturen van de stichting belast. Deze persoon neemt zo spoedig mogelijk maatregelen om definitief in het bestuur te voorzien.

 

DEELNEMERS

Artikel 6.

  1. Deelnemers van de stichting zijn (i) (centrale) ondernemingsraden van ondernemingen, (ii) die zelfstandig of als onderdeel van een groep ondernemingen multinationaal opereren, (iii) die aan de voorwaarde voor een Europese Ondernemingsraad voldoen en (iv) vallen onder de werkingsfeer van de Wet op de Ondernemingsraden, (v) welke (groep) onderneming(en) ten minste duizend (1.000) werknemers in Nederland hebben en (vi) ten minste twee (2) vestigingen in andere lidstaten van de Europese Unie hebben, waarvan (vii) in ieder van deze vestigingen onder (vi) minimaal honderdvijftig (150) werknemers werkzaam zijn.
  2. Als deelnemer van de stichting zoals genoemd in lid 1 kan ook gelden een onderneming die niet aan (delen van) de gestelde eisen uit lid 1 voldoet, maar door het bestuur als netwerk van de stichting wordt beschouwd en door het bestuur, na aanmelding van de desbetreffende organisatie, als deelnemer wordt aangemerkt.
  3. Het bestuur beslist over de toelating van de deelnemers binnen twee (2) maanden na aanmelding. De (centrale) ondernemingsraad, die om toelating heeft verzocht, wordt door het bestuur onverwijld over het besluit over de toelating schriftelijk in kennis gesteld.
  4. Een deelnemer houdt op deelnemer van de stichting te zijn door opzegging door de deelnemer dan wel door opzegging door de stichting. Opzegging dient schriftelijk plaats te vinden. Opzegging door de stichting kan geschieden wanneer een deelnemer heeft opgehouden aan de vereisten voor het deelnemerschap bij de statuten gesteld te voldoen of wanneer hij zijn verplichtingen jegens de stichting niet nakomt. Opzegging door de stichting geschiedt door het bestuur.
  5. De deelnemers zijn gehouden tot het betalen van een jaarlijkse bijdrage, die door het bestuur wordt vastgesteld. Nieuwe deelnemers zijn gehouden tot het betalen van een eenmalige entreebijdrage, die eveneens door het bestuur wordt vastgesteld. Wanneer het deelnemerschap in de loop van een boekjaar eindigt, blijft desalniettemin de jaarlijkse bijdrage voor het geheel verschuldigd.
  6. Het bestuur van de stichting houdt een register, waarin de namen en adressen van de deelnemers zijn opgenomen. Dit register kan door de deelnemers worden ingezien.

 

BESTUURSFUNCTIES

Artikel 7.

  1. Het bestuur kiest uit zijn midden een voorzitter, een plaatsvervangend voorzitter, een secretaris en een penningmeester.
  2. De taken en interne bevoegdheden van het bestuur alsook de werkwijze kunnen bij reglement worden vastgesteld.

 

BESTUURSVERGADERINGEN

Artikel 8.

  1. De bestuursvergaderingen worden gehouden ter plaatse in Nederland zoals bij de oproeping is bepaald. Als de bestuursvergadering fysiek niet kan plaatsvinden, vindt de vergadering online plaats. In een bestuursvergadering, gehouden elders dan behoort, kunnen wettige besluiten slechts worden genomen, mits het voltallige bestuur vertegenwoordigd is.
  2. Elk kalenderjaar worden ten minste vier vergaderingen gehouden.
  3. Vergaderingen zullen voorts telkenmale worden gehouden, wanneer de voorzitter dit wenselijk acht of als één van de andere bestuursleden daartoe schriftelijk en onder nauwkeurige opgave van de te behandelen onderwerpen aan de voorzitter het verzoek richt. Als de voorzitter aan een dergelijk verzoek geen gevolg geeft en de vergadering niet kan worden gehouden binnen drie weken na het verzoek, is de verzoeker bevoegd zelf een vergadering bijeen te roepen met inachtneming van de vereiste formaliteiten.
  4. De oproeping tot de vergadering geschiedt schriftelijk of langs de elektronische weg door de voorzitter of door het bestuurslid bedoeld in de eerste volzin van het vorige lid, ten minste zeven dagen tevoren, de dag van de oproeping en die van de vergadering niet meegerekend.
  5. De oproeping zoals genoemd in lid 4 vermeldt, behalve plaats en tijdstip van de vergadering, de te behandelen onderwerpen.
  6. Zolang in een bestuursvergadering alle in functie zijnde bestuursleden aanwezig zijn, kunnen geldige besluiten worden genomen over alle aan de orde komende onderwerpen, mits met algemene stemmen. Ook als de door de statuten gegeven voorschriften voor het oproepen en houden van vergaderingen niet in acht zijn genomen.
  7. De vergaderingen worden voorgezeten door de voorzitter en bij diens afwezigheid door de plaatsvervangend voorzitter. De (plaatsvervangend) voorzitter is echter bevoegd een ander bestuurslid met het voorzitterschap te belasten. Bij afwezigheid van de voorzitter en de plaatsvervangend voorzitter voorziet de vergadering zelf in haar leiding.
  8. Van het verhandelde in de vergaderingen worden notulen gehouden door de secretaris of door één van de andere aanwezigen, door de voorzitter van de desbetreffende vergadering daartoe aangezocht. De notulen worden vastgesteld door het bestuur bij een volgende vergadering.

 

BESTUURSBESLUITEN

Artikel 9.

  1. Het bestuur kan ter vergadering alleen dan geldige besluiten nemen indien de meerderheid van in functie zijnde leden ter vergadering aanwezig of vertegenwoordigd is. Een bestuurslid kan zich ter vergadering door een medebestuurslid laten vertegenwoordigen op overlegging van een schriftelijke, ter beoordeling van de voorzitter van de vergadering voldoende, volmacht. Een bestuurslid kan daarbij slechts voor één medebestuurslid als gevolmachtigde optreden.
  2. Het bestuur kan ook buiten vergaderingen besluiten nemen, mits dit schriftelijk en/of digitaal geschiedt en alle bestuursleden zich ten gunste van het desbetreffende voorstel uitspreken. Van een aldus genomen besluit wordt onder bijvoeging van de ingekomen antwoorden door de secretaris een relaas opgemaakt, dat bij de notulen wordt gevoegd.
  3. Ieder bestuurslid heeft het recht tot het uitbrengen van één stem. Voor zover deze statuten geen grotere meerderheid voorschrijven worden alle bestuursbesluiten genomen met volstrekte meerderheid van de geldig uitgebrachte stemmen. Onder volstrekte meerderheid van stemmen wordt in deze statuten verstaan het behalen van meer dan de helft van de geldig uitgebrachte stemmen.
  4. Alle stemmingen ter vergadering geschieden mondeling tenzij de voorzitter een schriftelijke stemming wenselijk acht of één van de stemgerechtigden dit voor de stemming verlangt. Schriftelijke stemming geschiedt bij ongetekende, gesloten briefjes.
  5. Blanco stemmen worden beschouwd als niet te zijn uitgebracht.
  6. In alle geschillen over stemmingen, niet bij de statuten voorzien, beslist de voorzitter.
  7. Een bestuurder neemt niet deel aan de beraadslaging en besluitvorming over het betrokken onderwerp indien hij daarbij een direct of indirect persoonlijk belang heeft dat strijdig is met het belang van de stichting. De bestuurder die mogelijk een tegenstrijdig belang heeft, dient dit melden bij hun medebestuurders, onder vermelding van alle relevante feiten. Als een bestuurder met een tegenstrijdig belang toch heeft deelgenomen aan de beraadslaging en de besluitvorming dan is het besluit vernietigbaar omdat het in strijd met de statuten tot stand is gekomen.

Het voorgaande geldt niet indien alle bestuursleden een direct of indirect persoonlijk tegenstrijdig belang hebben; alsdan legt het bestuur de overwegingen die aan het besluit ten grondslag liggen schriftelijk vast.

 

BESTUURSBEVOEGDHEID EN VERTEGENWOORDIGING

Artikel 10.

  1. Het bestuur is belast met het besturen van de stichting.
  2. Het bestuur is niet bevoegd te besluiten tot het aangaan van overeenkomsten tot verkrijging, vervreemding of bezwaring van registergoederen, noch tot het aangaan van overeenkomsten waarbij de stichting zich als borg of hoofdelijk medeschuldenaar verbindt, zich voor een derde sterk maakt of zich tot zekerheidstelling voor een schuld van een derde verbindt.
  3. Het bestuur kan onder zijn verantwoordelijkheid één of meer commissies instellen met zodanige taken en bevoegdheden als bij de instelling daarvan zal worden vastgesteld. De leden van een commissie worden benoemd door het bestuur. Ieder lid van een commissie kan te allen tijde door het bestuur worden ontslagen. Het bestuur is te allen tijde bevoegd een commissie op te heffen.

 

Artikel 11.

De stichting wordt vertegenwoordigd door het voltallige bestuur. De stichting wordt

mede vertegenwoordigd door twee gezamenlijk handelende bestuursleden, onder wie

ten minste de voorzitter of de plaatsvervangend voorzitter.

 

EINDE BESTUURSLIDMAATSCHAP

Artikel 12.

Het bestuurslidmaatschap eindigt:

–                aan het einde van een zittingsperiode volgens het rooster van aftreden;

–                doordat het betrokken bestuurslid ontslag neemt;

–                door overlijden van een bestuurslid;

–                door ontslag van het bestuurslid door de overige bestuursleden;

–                doordat het betrokken bestuurslid in staat van faillissement wordt verklaard, surséance van betaling aanvraagt, de wettelijke schuldsanering op het betrokken bestuurslid van toepassing is dan wel het betrokken bestuurslid anderszins het vrije beheer over zijn vermogen verliest;

–                door ontslag als bestuurder van een stichting door de Rechtbank op grond van het bepaalde in artikel 298 Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek;

 

Artikel 13.

Een bestuursbesluit tot ontslag van een bestuurslid kan slechts rechtsgeldig worden

genomen met een meerderheid van ten minste twee/derde van de geldig uitgebrachte

stemmen in een vergadering waarin ten minste twee/derde van de dan zitting

hebbende bestuursleden aanwezig of vertegenwoordigd is, zonder dat in het bestuur

enige vacature bestaat en in een vergadering waarvoor een zodanig voorstel op de

agenda is geplaatst.

Het betrokken bestuurslid krijgt voordat de stemming over het ontslag wordt

gehouden de gelegenheid zijn standpunt in deze vergadering uiteen te zetten en te

verdedigen, doch neemt niet deel aan de stemming over het ontslag zelf. Ook wordt

hij voor deze stemming niet gezien als zitting hebbend bestuurslid, zodat hij voor de

berekening van het gestelde quorum niet wordt meegerekend.

 

BOEKJAAR EN JAARSTUKKEN

Artikel 14.

  1. Het boekjaar van de stichting is gelijk aan het kalenderjaar.
  2. Per einde van ieder boekjaar worden de boeken van de stichting afgesloten. Daaruit worden door de penningmeester een balans en een staat van baten en lasten over het geëindigde boekjaar opgemaakt, welke jaarstukken – vergezeld van een rapport van de kascommissie – binnen zes maanden na afloop van het boekjaar aan het bestuur worden aangeboden.
  3. De jaarstukken worden door het bestuur vastgesteld.
  4. De penningmeester is gehouden jaarlijks vóór één november een begroting voor het daaropvolgende boekjaar op te stellen. De begroting dient te worden behandeld en te worden vastgesteld in een vóór één december te houden begrotingsvergadering van het bestuur.

 

REGLEMENT

Artikel 15.

  1. Het bestuur is bevoegd een reglement vast te stellen, waarin die onderwerpen worden geregeld, welke niet in deze statuten zijn vervat.
  2. Het reglement mag niet met de wet of deze statuten in strijd zijn.
  3. Het bestuur is te allen tijde bevoegd het reglement te wijzigen of op te heffen.
  4. Op de vaststelling, wijziging en opheffing van het reglement is het bepaalde in de leden 1 en 2 van het volgende artikel van toepassing.

 

STATUTENWIJZIGING

Artikel 16.

  1. Het bestuur is bevoegd deze statuten te wijzigen. Het besluit daartoe moet worden genomen met een meerderheid van ten minste drie/vierde van de geldig uitgebrachte stemmen in een vergadering, waarin alle in functie zijnde bestuursleden aanwezig of vertegenwoordigd zijn.
  2. Zijn niet alle in functie zijnde bestuursleden aanwezig of vertegenwoordigd, dan wordt na verloop van twee weken doch binnen vier weken daarna een tweede vergadering gehouden, waarin over het voorstel, zoals dit in de vorige vergadering aan de orde is geweest, ongeacht het aantal aanwezige of vertegenwoordigde leden, kan worden besloten mits met een meerderheid van ten minste drie/vierde van de geldig uitgebrachte stemmen.
  3. De wijziging moet op straffe van nietigheid bij notariële akte tot stand komen.

 

ONTBINDING EN VEREFFENING

Artikel 17.

  1. Het bestuur is bevoegd de stichting te ontbinden. Op het daartoe te nemen besluit is het bepaalde in de leden 1 en 2 van het vorige artikel van toepassing.
  2. De stichting blijft na haar ontbinding voortbestaan voorzover dit tot vereffening van haar vermogen nodig is.
  3. De vereffening geschiedt door het bestuur.
  4. De vereffenaars dragen er zorg voor, dat van de ontbinding van de stichting inschrijving geschiedt in het register, bedoeld in lid 3 van het vorige artikel.
  5. Gedurende de vereffening blijven de bepalingen van deze statuten zoveel mogelijk van kracht.
  6. Een eventueel batig saldo van de ontbonden stichting wordt zoveel mogelijk besteed overeenkomstig het doel van de stichting.
  7. Na afloop van de vereffening worden de boeken, bescheiden en andere gegevensdragers van de ontbonden stichting gedurende zeven jaren bewaard door degene die door het bestuur als zodanig is aangewezen en bij gebreke daarvan door de jongste vereffenaar.

 

ONVOORZIENE GEVALLEN

Artikel 18.

In alle gevallen, waarin zowel de wet als deze statuten niet voorzien, beslist het

bestuur.

Aldus overeengekomen op 16 juni 2025

A.C. Stelder-Bijpost (voorzitter)